MENU

Groepsgrootte en begeleiding

Hoewel leerlingen als eerste verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun eigen veiligheid en die van anderen, mag een docent daar niet op vertrouwen. Daarom is hij verantwoordelijk1 voor de veiligheid in het praktijklokaal en het toezicht op de naleving van instructies.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Alle docenten, instructeurs en directies binnen het vmbo-profiel Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) vinden veilig en verantwoord werken belangrijk. Dat betekent in ieder geval dat er geen ongelukken met leerlingen gebeuren. Hoe houd je dat als docent in de gaten? Hoeveel leerlingen is voor een docent verantwoord te overzien? Daar is nog veel onduidelijkheid over.

Het is logisch dat gesprekken over veilig en verantwoord werken plaatsvinden binnen de afdeling, maar ook met management en directie. Dan helpt onduidelijkheid niet mee als de discussie gaat over veiligheid versus kosten, zoals investeringen in (onderhoud van) machines of stofgevaar (goede afzuiging). Maar ook over het verantwoord aantal leerlingen per toezichthouder. En de pedogogische, vakinhoudelijke en vakdidactische vaardigheden van een (aan de afdeling toegewezen) instructeur.

Klik op de subartikelen bij dit onderwerp voor meer informatie over de richtlijn 'Veilig werken en verantwoord toezicht' en het formulier 'Beoordeling inzet instructeur'.

Instructie over gebruik van machines
Zorg verder in het derde leerjaar voor een goede instructie in kleine groepen over het instellen, de werking van - en het werken met machines. Neem daarbij gelijk het gebruik van Persoonlijke Beschermingsmiddelen mee. Omdat aantoonbaar moet zijn dat leerlingen deze instructie gehad hebben, het advies om dat vast te leggen. Om de leerlingen vervolgens te helpen en te trainen om (zelfstandig) veilig met de machine te werken worden de instructiekaarten aanbevolen.

1) Zie ook Wie is verantwoordelijk en aansprakelijk?