MENU

Medezeggenschap

Verantwoordelijkheid van de medezeggenschap

De p(g)mr werkt met de werkgever samen aan optimale arbeidsomstandigheden. De werkgever heeft volgens Arbowet art. 12 de plicht om samen te werken met werknemers bij de uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid. De werknemersvertegenwoordiging in het voortgezet onderwijs is het personeelsdeel van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de p(g)mr.

De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) kent de p(g)mr instemmingsbevoegdheid toe voor elk te nemen besluit met betrekking tot vaststelling of wijziging van regels op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim- of het re-integratiebeleid (art. 12 k WMS).

Dit houdt in dat:

  1. de p(g)mr een afschrift ontvangt van de risico-inventarisatie en -evaluatie (Arbowet art.12);
  2. de werkgever, in verband met de jaarlijkse rapportage over het plan van aanpak (in het kader van de RI&E), overleg pleegt met de p(g)mr over de voortgang en uitkomsten van de geplande maatregelen (Arbowet art 12);
  3. de p(g)mr de inspecteur van de Nederlandse Arbeidsinspectie kan spreken zonder de aanwezigheid van anderen en hem kan vergezellen tijdens een bedrijfsbezoek (Arbowet art 12);
  4. Arbodiensten verplicht zijn om te adviseren aan en nauw samen te werken met de p(g)mr. Bovendien ontvangt de p(g)mr afschriften van adviezen van de Arbodienst (Arbowet art. 14);
  5. op verzoek van de p(g)mr is de Nederlandse Arbeidsinspectie verplicht zo spoedig mogelijk een onderzoek in te stellen (Arbowet art.24);
  6. de werkgever de inhoud van een, door de Nederlandse Arbeidsinspectie gestelde, eis tot naleving en tot stillegging van het werk bekend moet maken bij de p(g)mr (Arbowet art. 27).

Belangrijk is dat de p(g)mr toeziet op de naleving van de in het plan van aanpak opgenomen maatregelen.

Links: